Dinsdag keek hij naar zijn agenda, zuchtte diep en dacht: ze zullen gaan stake. In plaats van beleidsnota’s, vergaderingen en eindeloze mailtjes stond er iets anders op het programma: staken.
Rijksambtenaren willen het werk neer leggen uit onvrede over de CAO, geen loonsverhoging en de stroperige onderhandelingen met het kabinet. En nee, dat is geen klein groepje mopperaars bij het koffiezetapparaat, dit gaat om duizenden medewerkers die normaal gesproken de motor van de rijksoverheid draaiende houden.
Onvrede over cao, geen loonsverhoging en werkdruk
Hij ziet het overal terug: collega’s die steeds harder werken, maar financieel geen stap vooruitkomen. De kern van het conflict draait om de nieuwe CAO, geen loonsverhoging en oplopende werkdruk. Terwijl de prijzen in de supermarkt sneller stijgen dan zijn hartslag bij een functioneringsgesprek, blijft een structurele salarisverhoging uit.
Vakbond FNV trekt daarom aan de bel. Zij stellen dat rijksambtenaren koopkracht verliezen en dat het kabinet onvoldoende waardering toont voor het werk dat zij verrichten. En dat werk is niet mals: van belastinginning tot crisisaanpak, van infrastructuur tot natuurbeheer.
De frustratie zit diep. Het gevoel overheerst dat er wel mooie woorden zijn, maar weinig concrete daden. En als er één ding is waar een ambtenaar allergisch voor is, dan is het vaag beleid zonder duidelijke uitvoering.
Wat betekent de staking voor Nederland?
Wanneer rijksambtenaren staken, merkt het land dat direct. Denk aan vertragingen bij ministeries, minder capaciteit bij uitvoeringsdiensten en mogelijk langere wachttijden voor burgers en bedrijven. Bij instanties zoals Belastingdienst of Rijkswaterstaat kan een staking voelbare gevolgen hebben. Hij weet het: de meeste ambtenaren doen hun werk met toewijding. Ze zijn niet uit op chaos, maar willen een signaal afgeven. De boodschap is helder: zonder eerlijke afspraken in de CAO, geen loonsverhoging en geen oplossing voor de werkdruk, komt de continuïteit van publieke dienstverlening onder druk te staan. Toch blijft het een ongemakkelijk gevoel geven. Want staken tegen je eigen werkgever, in dit geval de overheid, voelt een beetje als ruzie maken met jezelf in de spiegel. Alleen dan met spandoeken.
De rol van de overheid in het cao-conflict
De werkgever in dit verhaal is de rijksoverheid zelf, onder leiding van ministers en staatssecretarissen. Ministeries zoals Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties spelen een sleutelrol in de onderhandelingen over de arbeidsvoorwaarden van rijksambtenaren. Het kabinet wijst op budgettaire beperkingen en bredere economische uitdagingen. Er moet immers geld worden verdeeld over tal van prioriteiten: zorg, onderwijs, defensie en klimaat. Maar voor de stakende ambtenaar klinkt dat als een standaardriedeltje. Hij denkt: “Er is altijd geld voor nieuwe plannen, maar niet voor mijn salaris?” De discussie over CAO, geen loonsverhoging raakt daarmee aan een groter vraagstuk: hoe waardeert Nederland zijn publieke sector? Is waardering alleen een applausmoment tijdens een crisis, of hoort daar ook een fatsoenlijke beloning bij?
Werkdruk als stille kracht achter de staking
Hoewel salaris vaak de krantenkoppen haalt, is werkdruk minstens zo’n belangrijke factor. Hij ziet collega’s die structureel overuren maken, vacatures die maanden openstaan en projecten die blijven groeien. Minder mensen, meer taken, het is geen hogere wiskunde om te begrijpen dat dat knelt. De combinatie van CAO, geen loonsverhoging en toenemende werkdruk voelt voor veel ambtenaren als een dubbele klap. Ze moeten meer doen, met minder mensen, voor hetzelfde salaris. En ondertussen wordt verwacht dat ze flexibel, innovatief en altijd bereikbaar zijn. Dat schuurt. Zeker bij professionals die intrinsiek gemotiveerd zijn om het publieke belang te dienen. Want ja, ook een ambtenaar heeft idealen. Hij droomt misschien niet van wereldroem, maar wel van een stabiele baan met eerlijke voorwaarden.
Wat willen de vakbonden bereiken?
De inzet van de staking is duidelijk: betere afspraken in de nieuwe CAO. Dat betekent volgens de bonden een structurele loonsverhoging, compensatie voor inflatie en concrete maatregelen tegen werkdruk. De term CAO, geen loonsverhogingis voor hen hét symbool geworden van wat er misgaat in de onderhandelingen. Door te staken hopen zij druk uit te oefenen op de overheid. Het is een middel dat niet lichtvaardig wordt ingezet. Staken kost immers ook geld en kan leiden tot spanningen op de werkvloer. Toch vinden veel ambtenaren dat de maat vol is. Hij staat daar dus, met een jas tegen de kou en een spandoek in de hand. Niet omdat hij per se houdt van actievoeren, maar omdat hij vindt dat zijn werk ertoe doet, en dat daar passende arbeidsvoorwaarden bij horen.
Hoe nu verder?
Na de staking is het woord weer aan de onderhandelingstafel. Beide partijen zullen moeten bewegen om tot een akkoord te komen. Een compromis ligt voor de hand: een vorm van loonsverhoging gecombineerd met afspraken over productiviteit, modernisering en inzetbaarheid. De vraag is of het kabinet bereid is om extra middelen vrij te maken, of dat de bonden hun eisen bijstellen. Eén ding is zeker: het onderwerp CAO, geen loonsverhoging blijft voorlopig hoog op de agenda staan. Hij hoopt vooral op duidelijkheid. Want uiteindelijk wil hij gewoon doen waar hij goed in is: werken aan beleid, publieke dienstverlening verbeteren en bijdragen aan een stabiel Nederland. Maar dan wel met het gevoel dat zijn inzet serieus wordt genomen.

