Defensie hervat de militaire oefeningen in natuurgebieden, maar doet dat tegenwoordig met de handrem er nét iets steviger op.
Sinds deze week mogen militairen weer trainen met explosieven, pyrotechniek en andere brandbare materialen, zolang de weersomstandigheden veilig genoeg blijven. Dat klinkt misschien als een soldaat die barbecuet met een brandblusser naast zich, maar de aanleiding is serieus. Na meerdere natuurbranden op defensieterreinen besloot Defensie tijdelijk op de pauzeknop te drukken. Nu wordt er weer geoefend, al gebeurt dat onder strenge voorwaarden. De krijgsmacht moet immers paraat blijven, maar het bos hoeft daar niet spontaan voor in rook op te gaan.
Defensie hervat oefeningen onder strenge voorwaarden
De hervatting van de oefeningen betekent niet dat militairen weer onbeperkt kunnen knallen in de natuur. Integendeel. Defensie kijkt momenteel scherper naar weersomstandigheden, droogte en natuurbrandrisico’s dan een kampeerder die twijfelt over een wegwerpbarbecue in juli. Alleen wanneer het natuurbrandrisico laag blijft, krijgen oefeningen met explosieven groen licht.
Volgens Defensie is trainen essentieel vanwege de huidige veiligheidssituatie in de wereld. Militairen moeten voorbereid zijn op uiteenlopende scenario’s en daarvoor zijn realistische oefeningen noodzakelijk. Toch wil de organisatie koste wat kost voorkomen dat oefenterreinen veranderen in ongewenste kampvuren van tientallen hectares groot.
Daarom geldt momenteel een duidelijke regel: bij een laag natuurbrandrisico, ook wel fase 1 genoemd, mogen oefeningen met explosieven, open vuur en pyrotechniek weer plaatsvinden. Zodra extreme droogte toeslaat en fase 2 wordt afgekondigd, gaan die activiteiten direct opnieuw in de ban.
Grote natuurbrand zorgde voor tijdelijke stop
De tijdelijke stop op oefeningen kwam niet uit de lucht vallen. Eind april brak op militair oefenterrein ’t Harde een grote natuurbrand uit. Daarnaast ontstonden er ook vuurhaarden op andere defensieterreinen. Dat zorgde niet alleen voor schade aan natuurgebieden, maar leidde ook tot flinke zorgen over veiligheid en risico’s tijdens droge periodes. Defensie besloot daarop om tijdelijk geen munitie en andere brandgevaarlijke middelen meer te gebruiken tijdens oefeningen in natuurgebieden. Daarmee wilde de organisatie verdere incidenten voorkomen en de veiligheid van mensen, dieren en omwonenden beschermen.
En eerlijk is eerlijk: een tank die door een kurkdroog natuurgebied rijdt terwijl de temperatuur richting tropische waarden kruipt, klinkt ook niet direct als het recept voor een ontspannen middagwandeling.
Extreme droogte blijft een harde grens
Hoewel Defensie de trainingen nu voorzichtig hervat, blijft extreme droogte een absolute rode lijn. Wanneer natuurbrandrisico fase 2 geldt, worden alle oefeningen met explosieven, open vuur en pyrotechniek zonder uitzondering stilgelegd. Geen mitsen, maren of “het waait vandaag best mee”. Dat is opvallend, want in het huidige protocol bestaan er officieel nog mogelijkheden voor uitzonderingen tijdens extreme droogte. Defensie heeft echter besloten die uitzonderingen voorlopig niet meer toe te staan. Eerst wil de organisatie de bestaande regels kritisch onder de loep nemen. Die keuze laat zien dat Defensie de recente branden serieus neemt. De krijgsmacht begrijpt dat trainen noodzakelijk is, maar beseft ook dat natuurgebieden tijdens droge periodes extreem kwetsbaar zijn. Eén vonkje kan dan al voldoende zijn voor een grote brand.
Nieuwe regels moeten natuur beter beschermen
Defensie werkt ondertussen aan verbeteringen van de bestaande protocollen. De eerste voorstellen voor strengere of slimmere maatregelen moeten nog voor de zomer klaar zijn. Daarbij wordt gekeken naar manieren om veiliger te oefenen zonder dat de operationele inzetbaarheid van militairen in gevaar komt. Denk bijvoorbeeld aan strengere controles vooraf, aangepaste oefenschema’s of aanvullende veiligheidsmaatregelen op oefenterreinen. Mogelijk worden ook nieuwe technieken onderzocht om sneller brandgevaar te detecteren of vuurhaarden direct te bestrijden. Het blijft namelijk een ingewikkelde balans. Militairen moeten realistisch kunnen trainen, maar Nederland zit ook niet te wachten op natuurgebieden die veranderen in een rooksignaal richting de rest van Europa.
Oefenen blijft noodzakelijk voor de krijgsmacht
Ondanks alle beperkingen benadrukt Defensie dat oefenen essentieel blijft. De internationale veiligheidssituatie vraagt volgens de organisatie om een sterke en goed voorbereide krijgsmacht. Militairen moeten snel inzetbaar zijn en beschikken over actuele training en ervaring. Daar horen oefeningen met explosieven en zware middelen nu eenmaal bij. Een leger voorbereiden zonder realistische training is tenslotte een beetje alsof iemand leert zwemmen via een PowerPointpresentatie. In theorie ziet het er prima uit, maar zodra hij het water raakt, ontstaan er meestal problemen. Tegelijkertijd groeit de druk om defensieactiviteiten beter af te stemmen op klimaatverandering en extremer weer. Lange droge periodes komen vaker voor en vergroten het risico op natuurbranden aanzienlijk. Daardoor zal Defensie waarschijnlijk steeds vaker rekening moeten houden met weersomstandigheden bij het plannen van oefeningen.
Veiligheid staat voorlopig voorop
Met de hervatting van de oefeningen kiest Defensie voor een middenweg. De krijgsmacht blijft trainen om operationeel sterk te blijven, maar doet dat voorlopig onder streng toezicht en met duidelijke grenzen. Vooral bij droogte worden geen risico’s meer genomen.
Voor natuurgebieden, omwonenden en hulpdiensten is dat waarschijnlijk geruststellend nieuws. Militairen mogen weer oefenen, maar voorlopig geldt wel: eerst kijken naar de lucht, daarna pas naar de explosieven.

