Politiek Nederland lijkt tegenwoordig meer op een middelbare school dan op een volwassen democratie.
Partijen die elkaar uitsluiten, coalities die al sneuvelen voordat ze bestaan, en politici die elkaar via X (voorheen Twitter) subtiel – of juist totaal niet subtiel – afbranden. En dan hoor je ze allemaal stoer roepen: “Hun motto is verbinding zoeken met het volk, laat me niet lachen.” Want laten we eerlijk zijn: als dit verbinding is, dan is een kapotte wifi-verbinding stabieler.
De politieke soap van Nederland
Elke verkiezing weer speelt zich hetzelfde toneelstuk af. De één wil niet met de ander, de ander vindt de één “onbetrouwbaar”, en ondertussen doen ze allemaal alsof ze vooral het land willen dienen. Maar wie gelooft dat nog? De verkiezingsdebatten lijken eerder auditierondes van een nieuwe realityserie dan een serieuze discussie over de toekomst van Nederland.
Hij – laten we hem gewoon ‘de beschouwer’ noemen – zit ernaar te kijken met een mengeling van verbazing en vermoeid amusement. Want telkens weer hoort hij dezelfde zinnen: “We willen bruggen bouwen,” en “We luisteren naar de burger.” Maar zodra de camera’s uitgaan, slaan ze elkaar met diezelfde bruggen om de oren. En dan denkt hij: Hun motto is verbinding zoeken met het volk, laat me niet lachen.
Verbinding als marketingtruc
Het woord verbinding is in de politiek inmiddels net zo uitgehold als een verkiezingsbelofte over lagere lasten. Iedereen gebruikt het, niemand meent het. Het is het nieuwe duurzaam — lekker veilig, lekker vaag. Politici gooien het in hun speeches alsof het peper en zout is: een snufje verbinding hier, een vleugje saamhorigheid daar.
Maar wat bedoelen ze nou écht met verbinding? De beschouwer vermoedt dat het vooral een codewoord is voor “we willen jouw stem, maar niet jouw mening”. Want zodra het volk iets zegt dat niet in het partijprogramma past, is die verbinding ineens “complex” of “maatschappelijk gevoelig”. Ja hoor, daar gaan we weer.
Uitsluiten is het nieuwe samenwerken
Wat ooit begon als een democratie waarin iedereen gehoord moest worden, lijkt nu een clubhuis geworden waar alleen de juiste mensen binnen mogen. “Wij werken niet samen met die partij,” klinkt het steeds vaker. Alsof het om een gênante ex gaat die je niet meer wilt tegenkomen op een feestje.
De beschouwer grinnikt als hij de zoveelste partijleider hoort zeggen: “Wij staan voor verbinding.” Ondertussen sluit diezelfde partij de helft van het politieke spectrum uit. Verbinden door uit te sluiten — dat is pas nieuw leiderschap! Als dit de standaard is, kunnen we net zo goed een bord ophangen bij de Tweede Kamer: “Verbinding gezocht, maar alleen met de juiste mening.”
De kiezer is niet gek
Wat politici vaak lijken te vergeten, is dat de kiezer geen geheugen van een goudvis heeft. Mensen zien heus wel wie met wie ruzie maakt, wie wie uitsluit, en wie met droge ogen beweert dat hij “het land wil verenigen”. De beschouwer hoort het op verjaardagen: “Ze praten over verbinding, maar ondertussen sluiten ze iedereen buiten.” En telkens weer klinkt het echoënd door de kamer: Hun motto is verbinding zoeken met het volk, laat me niet lachen.
De kiezer wil geen toneelstuk meer. Hij wil eerlijkheid. Zelfs als dat betekent dat een politicus zegt: “We kunnen het niet met iedereen eens worden.” Dat zou oprecht zijn. Maar nee, in plaats daarvan krijgen we slogans, campagnefilmpjes met glimlachende mensen in weilanden, en beloftes die verdampen zodra de stemmen zijn geteld.
De ironie van de democratie
Het mooiste is nog: terwijl partijen elkaar uitsluiten, klagen ze over de “gepolariseerde samenleving”. Dat is een beetje alsof je zelf de taart opeet en dan verbaasd bent dat er geen stukken meer over zijn. De beschouwer vraagt zich af of ze het doorhebben. Misschien geloven ze het zelf wel echt, dat ze bezig zijn met verbinden. En ergens is dat nog het meest tragikomische van alles.
De democratie draait om meningsverschillen, om debat en compromis. Maar wat we nu zien, is een wedstrijd wie het hardst niet wil samenwerken. En als de beschouwer dat allemaal ziet, kan hij alleen maar lachen — een beetje cynisch, maar vooral vermoeid. Want zolang partijen elkaar blijven buitensluiten, is de enige echte verbinding die er nog is de gezamenlijke frustratie van het volk.
De verbinding die wél werkt
Gelukkig is er nog hoop. De echte verbinding komt niet van politici, maar van mensen zelf. Buren die elkaar helpen, vrijwilligers die zich inzetten, ondernemers die samenwerken — dat is de échte kracht van Nederland. Daar hoef je geen partijprogramma voor te lezen of verkiezingsposter voor te liken.
De beschouwer weet het zeker: als de politiek ooit echt weer contact wil maken met het volk, dan moeten ze stoppen met toneelspelen en beginnen met luisteren. Niet met het oog op zetels, maar met het oor op straat. Tot die tijd blijft hij met een glimlach denken: Hun motto is verbinding zoeken met het volk, laat me niet lachen.
Slotgedachte
Politieke partijen sluiten elkaar uit voor de verkiezingen alsof dat de normaalste zaak van de wereld is. Maar zolang ze dat blijven doen, is de echte winnaar de onvrede van de kiezer. En misschien is dat wel precies het probleem. Want zolang men verbinding blijft gebruiken als campagnewoord in plaats van als werkwoord, blijft het volk lachen — zij het met lichte wanhoop.
Ps, Ik ga wel stemmen 🙂

