De Nederlandse economie staat voor een belangrijke uitdaging. Door de vergrijzing en een stagnerende groei van de arbeidsproductiviteit wordt het steeds lastiger om voorzieningen zoals de zorg, het onderwijs en de veiligheid op het huidige niveau te houden.
Daarom heeft het kabinet de tweede Productiviteitsagenda vastgesteld. Met deze agenda wil de overheid ervoor zorgen dat werknemers en ondernemers slimmer kunnen werken, innovatie sneller wordt toegepast en bedrijven beter kunnen groeien. Zo moet Nederland ook in de toekomst economisch sterk en internationaal concurrerend blijven.
Productiviteit wordt steeds belangrijker
Arbeidsproductiviteit draait om de hoeveelheid werk die iemand in een bepaalde tijd kan verrichten. Dat betekent niet dat mensen harder moeten werken, maar juist slimmer. Nieuwe technologie, betere samenwerking, digitalisering en efficiëntere processen kunnen ervoor zorgen dat dezelfde werknemer meer werk kan verzetten zonder extra uren te maken.
Dat is hard nodig. De afgelopen tien jaar groeide de arbeidsproductiviteit in Nederland gemiddeld met slechts 0,3 procent per jaar. Volgens het kabinet is dat onvoldoende om de Nederlandse welvaart op peil te houden. Tegelijkertijd neemt het aantal ouderen toe, waardoor minder mensen beschikbaar zijn op de arbeidsmarkt. Hierdoor ontstaat extra druk op sectoren als de zorg, het onderwijs en de publieke dienstverlening.
Investeren in een goed opgeleide beroepsbevolking
Een belangrijk onderdeel van de Productiviteitsagenda is investeren in mensen. Het kabinet wil dat het onderwijs beter aansluit op de arbeidsmarkt, zodat jongeren opleidingen kiezen waar veel vraag naar is. Daarbij blijven basisvaardigheden zoals taal, rekenen en digitale kennis essentieel.
Ook stopt leren niet meer na het behalen van een diploma. De overheid wil werknemers stimuleren om zich tijdens hun hele loopbaan te blijven ontwikkelen. Door regelmatig nieuwe vaardigheden te leren kunnen medewerkers beter inspelen op technologische veranderingen en blijven bedrijven concurrerend.
Vooral digitale vaardigheden krijgen extra aandacht. Kunstmatige intelligentie, automatisering en data spelen immers een steeds grotere rol binnen vrijwel iedere sector.
Een arbeidsmarkt die beter werkt
Naast goed onderwijs wil het kabinet de arbeidsmarkt flexibeler en toegankelijker maken. Werkgevers en werknemers moeten elkaar eenvoudiger kunnen vinden via regionale Werkcentra. Hierdoor kunnen vacatures sneller worden ingevuld en kunnen werkzoekenden gemakkelijker overstappen naar sectoren waar personeel hard nodig is.
Daarnaast krijgen flexwerkers meer zekerheid en worden knelpunten voor werkgevers aangepakt. Een beter functionerende arbeidsmarkt moet ervoor zorgen dat talent sneller op de juiste plek terechtkomt en bedrijven minder last hebben van personeelstekorten.
Ook wil de overheid mensen stimuleren om gedurende hun hele carrière actief te blijven leren en ontwikkelen. Daarmee ontstaat een arbeidsmarkt die beter bestand is tegen economische veranderingen en technologische ontwikkelingen.
Digitalisering en innovatie als groeimotor
Digitalisering vormt een van de belangrijkste pijlers van de Productiviteitsagenda. Nieuwe technologieën kunnen bedrijven helpen om efficiënter te werken, kosten te besparen en processen te versnellen.
Daarom werkt het kabinet aan het nieuwe agentschap voor disruptieve innovaties (NADI). Dit agentschap moet veelbelovende technologische ontwikkelingen versnellen en innovatieve projecten ondersteunen.
Daarnaast worden ondernemers geholpen bij het toepassen van nieuwe technologieën, zoals kunstmatige intelligentie, automatisering en slimme productiesystemen. Vooral het midden- en kleinbedrijf krijgt ondersteuning om deze innovaties sneller in de praktijk te brengen. Hierdoor kunnen bedrijven productiever worden en hun concurrentiepositie versterken.
Sterkere Europese samenwerking
Nederland kijkt niet alleen naar de eigen economie. Ook binnen Europa ziet het kabinet kansen om de productiviteit te verhogen.
Door regelgeving tussen Europese landen beter op elkaar af te stemmen, wordt het eenvoudiger voor bedrijven om internationaal zaken te doen. Minder administratieve verschillen zorgen ervoor dat ondernemers gemakkelijker kunnen exporteren, investeren en samenwerken met partners in andere EU-landen.
Een goed functionerende Europese interne markt versterkt bovendien de concurrentiekracht van Nederlandse bedrijven.
Meer mogelijkheden voor financiering
Innovatie kost geld. Daarom wil het kabinet ervoor zorgen dat startups, scale-ups en mkb-bedrijven eenvoudiger toegang krijgen tot financiering.
Een nieuwe investeringsinstelling, de NII, moet hierbij een belangrijke rol spelen. Daarnaast wordt samengewerkt met Europese partners om meer durfkapitaal beschikbaar te maken voor innovatieve ondernemingen.
Wanneer bedrijven makkelijker kunnen investeren in nieuwe machines, digitalisering, onderzoek en personeel, groeit niet alleen hun eigen organisatie, maar ook de Nederlandse economie als geheel.
Minder regels en een efficiëntere overheid
Ook de overheid moet volgens het kabinet slimmer gaan werken. Ondernemers en burgers hebben regelmatig te maken met ingewikkelde regels en administratieve verplichtingen die veel tijd kosten.
Daarom wil de overheid regels schrappen, vereenvoudigen en digitale dienstverlening gebruiksvriendelijker maken. Minder bureaucratie betekent dat bedrijven zich meer kunnen richten op ondernemen en minder tijd kwijt zijn aan papierwerk.
Daarnaast onderzoekt het kabinet hoe overheidsorganisaties zelf efficiënter kunnen werken door processen verder te digitaliseren en beter samen te werken.
Onderdeel van een bredere economische strategie
De Productiviteitsagenda maakt deel uit van de Ministeriële Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat. Deze taskforce moet ervoor zorgen dat de Nederlandse economie structureel met ongeveer 1,5 procent per jaar kan groeien.
Die economische groei is volgens het kabinet noodzakelijk om publieke voorzieningen zoals zorg, onderwijs, defensie en veiligheid ook op langere termijn betaalbaar te houden. Productiviteit speelt daarbij een sleutelrol, omdat Nederland door de vergrijzing niet simpelweg meer arbeidsuren kan inzetten. Slimmer werken wordt daardoor belangrijker dan ooit.
Productiviteitsraad gaat jaarlijks adviseren
Om de voortgang scherp in de gaten te houden start op 1 augustus 2026 de nieuwe Productiviteitsraad. Deze onafhankelijke raad brengt jaarlijks advies uit aan het kabinet en levert daarmee de basis voor toekomstige Productiviteitsagenda’s.
De raad bestaat uit vooraanstaande experts uit wetenschap en bedrijfsleven, waaronder voorzitter Pauline van der Meer Mohr, Bart van Ark, Barbara Baarsma, Didier Fouarge, Laura van Geest, Harry van de Kraats en Max Welling.
Met deze jaarlijkse adviezen wil het kabinet ervoor zorgen dat Nederland blijft investeren in innovatie, talentontwikkeling en een sterke economie. Zo moet de Productiviteitsagenda bijdragen aan een toekomst waarin bedrijven kunnen groeien, werknemers zich blijven ontwikkelen en belangrijke publieke voorzieningen betaalbaar blijven voor de volgende generaties.

