De Nederlandse overheid loopt steeds meer belastinginkomsten mis doordat consumenten hun tabak niet altijd meer bij de Nederlandse tabakswinkel kopen. Buitenlandse sigaretten, goedkope tabak en illegale handel vinden steeds makkelijker hun weg naar Nederlandse rokers.
Dat zorgt voor een opvallende situatie: de overheid verhoogt belastingen om roken duurder te maken, maar ziet tegelijkertijd een deel van die inkomsten verdwijnen. En daar lijkt de illegale handel natuurlijk niet bepaald wakker van te liggen.
Minder accijns en btw, overheid huilt
Het klinkt bijna als een slechte mop: de overheid maakt sigaretten duurder, de consument zoekt een goedkoper alternatief en vervolgens komt de schatkist met lege zakken te staan. Toch is dat precies het probleem waar Nederland mee te maken heeft. Hoge accijnzen maken tabak in Nederland relatief duur. Daardoor wordt het voor sommige rokers aantrekkelijker om sigaretten of shag in het buitenland te kopen.
Daar komt nog bij dat illegale tabak een extra probleem vormt. Over producten die legaal in Nederland worden verkocht, worden accijns en btw afgedragen. Bij illegale handel gebeurt dat uiteraard niet. De consument betaalt minder, maar de overheid ontvangt helemaal niets.
De bekende kreet “Minder accijns en BTW, overheid huilt, criminele lachen” vat het cynisch samen. Want terwijl de overheid rekent op belastinginkomsten, kan de illegale handel profiteren van het prijsverschil.
Buitenlandse tabak wordt aantrekkelijker
Voor Nederlanders die dicht bij de grens wonen, is het kopen van tabak in het buitenland al langer interessant. In België en Duitsland kunnen prijsverschillen ervoor zorgen dat consumenten hun rookwaren daar aanschaffen. Zeker wanneer de Nederlandse prijzen opnieuw stijgen, wordt een ritje over de grens voor sommige mensen financieel aantrekkelijk.
Daarmee ontstaat een merkwaardige wedstrijd. De overheid probeert roken financieel onaantrekkelijk te maken, terwijl consumenten ondertussen op zoek gaan naar de goedkoopste plek om hun sigaretten te kopen.
Voor iemand die toch blijft roken, kan een paar euro verschil per pakje op jaarbasis flink oplopen. En wie meerdere pakjes koopt, ziet het verschil nog sneller in de portemonnee.
Illegale tabak is een groter probleem
Nog lastiger wordt het wanneer tabak niet alleen uit het buitenland komt, maar helemaal buiten het legale circuit wordt verkocht. Illegale sigaretten kunnen bijvoorbeeld zonder de Nederlandse accijns en btw worden aangeboden. Daardoor ontstaat een prijsverschil waarmee legale winkels nauwelijks kunnen concurreren.
De illegale handel heeft bovendien geen boodschap aan keurige kassabonnen, Nederlandse belastingregels of de marges van een winkelier. Het doel is simpel: goedkoop inkopen, duurder verkopen en zoveel mogelijk winst maken.
Voor de overheid betekent iedere illegaal verkochte hoeveelheid tabak een gemiste belastingopbrengst. Voor criminelen kan dezelfde verkoop juist een interessante inkomstenbron zijn. Het is dan ook niet vreemd dat opsporingsdiensten regelmatig grote partijen illegale tabak aantreffen.
De legale winkelier zit ertussenin
De tabakswinkelier heeft ondertussen weinig reden om te lachen. Hij verkoopt een legaal product, houdt zich aan de regels en draagt belastingen af. Maar als klanten hun tabak goedkoper over de grens of via illegale kanalen kunnen krijgen, kan dat omzet kosten.
Daar zit een flinke tegenstelling. De overheid wil tabak duurder maken vanwege gezondheidsbeleid, maar tegelijkertijd moet de legale verkoop aantrekkelijk genoeg blijven om te voorkomen dat consumenten massaal uitwijken naar andere kanalen.
Dat is een lastig evenwicht. Een prijsverhoging kan immers extra belasting opleveren per legaal verkocht pakje, maar als daardoor de verkoop sterk terugloopt of verschuift naar het buitenland en de illegaliteit, kan een deel van die opbrengst weer verdwijnen.
Minder accijns betekent niet automatisch meer rokers
Daarbij moet worden opgepast met één simpele conclusie. Minder accijns betekent niet automatisch dat meer mensen gaan roken, net zoals hogere accijns niet automatisch betekent dat iedereen stopt. Het gedrag van consumenten wordt door meerdere factoren bepaald.
Prijs speelt uiteraard een rol, maar ook gezondheid, verslaving, leeftijd, sociale omgeving en regelgeving zijn belangrijk. Een lagere belasting zou daarom vooral bekeken moeten worden in combinatie met de vraag wat er gebeurt met de legale verkoop, grenshandel en illegale handel.
Het debat gaat dus niet alleen over een pakje sigaretten. Het gaat ook over de vraag hoeveel belasting Nederland daadwerkelijk kan innen wanneer de prijzen steeds verder worden opgedreven.
Overheid huilt, criminele lachen
De uitspraak Minder accijns en BTW, overheid huilt, criminele lachen is natuurlijk bewust scherp geformuleerd. Toch zit er een serieuze boodschap achter. Wanneer legale producten extreem veel duurder worden dan vergelijkbare producten uit het buitenland of de illegale markt, ontstaat ruimte voor handelaren die buiten het systeem opereren.
De overheid kan vervolgens meer controles uitvoeren, strengere straffen invoeren en illegale partijen onderscheppen. Dat kost echter ook geld. Douane, politie en andere diensten moeten capaciteit inzetten om de illegale markt aan te pakken.
Daarmee ontstaat een soort kat-en-muisspel. De overheid verhoogt de belasting, consumenten zoeken goedkopere alternatieven en illegale handelaren proberen precies tussen die twee partijen door te kruipen.
Het blijft een lastige belastingpuzzel
Voor de overheid ligt hier dan ook een ingewikkelde puzzel. Accijns is een belangrijke inkomstenbron én heeft een ontmoedigende werking op roken. Tegelijkertijd kan een groot prijsverschil grensoverschrijdende aankopen en illegale handel aantrekkelijker maken.
De oplossing ligt waarschijnlijk niet in één simpele knop waaraan gedraaid kan worden. Het gaat om een combinatie van belastingbeleid, handhaving, internationale samenwerking en het aanpakken van illegale productie en handel.
Voor de gewone consument blijft ondertussen vooral één ding duidelijk: een pakje sigaretten wordt in Nederland steeds minder een goedkoop product. En als de prijsverschillen met het buitenland of de illegale markt te groot worden, kan de overheid uiteindelijk ontdekken dat een hogere belasting niet automatisch betekent dat er ook meer belasting binnenkomt.
Minder accijns en BTW, overheid huilt, criminele lachen klinkt dus misschien als een grappige kop, maar achter die uitspraak zit een serieus economisch probleem. De vraag is uiteindelijk hoeveel belasting de overheid kan verhogen voordat consumenten hun boodschappen ergens anders gaan doen. En daar ligt misschien wel de echte rookontwikkeling.

