Nederlanders hebben te maken met vele tienduizenden wettelijke regels, en als je het aan hem vraagt, lijken het er elk jaar meer te worden.
Soms voelt het alsof hij in een soort bureaucratische jungle woont waar elk stapje, elk plukje gras en zelfs elke ademhaling door een formulier moet worden goedgekeurd. Dit roept de vraag op die steeds vaker door zijn hoofd spookt: Is het nog leefbaar? Terwijl hij met één hand zijn digitale identiteitsapp probeert te openen en met de andere hand zoekt naar het juiste vakje op het juiste formulier, vraagt hij zich steeds vaker af of de regels het land beschermen, of dat ze vooral zijn geduld op de proef stellen.
Het dagelijks leven tussen de regeltjes
Voor hem begint de dag al met regels. De wekker gaat, hij staat op, en nog voor de koffie pruttelt wordt hij eraan herinnerd dat de gemeente heeft besloten dat zijn afvalbak drie centimeter te dicht bij de stoep staat. Hij kijkt naar de handhavingsbrief op de mat en vraagt zich af of er ergens in een kantoor iemand zit met een meetlint en een bijzonder gevoel voor wraak. Is het nog leefbaar met dit soort micro-voorschriften? Hij lacht erom, maar diep vanbinnen knaagt het een beetje.
De Nederlandse liefde voor controle
Nederland kennende, begrijpt hij best dat regels nodig zijn. We zijn tenslotte een klein land met veel mensen, en zonder richtlijnen zou het verkeer, de bouwsector en misschien zelfs de volkstuintjes spontaan in totale anarchie veranderen. Maar het gaat soms zo ver dat hij vermoedt dat er voor het kopen van een nieuwe tandenborstel binnenkort een vergunning nodig is. De vraag “Is het nog leefbaar?” klinkt dan niet eens sarcastisch meer; het voelt als een serieuze studieopdracht voor beleidsmakers.
Wanneer regels het gezonde verstand voorbijgaan
Hij weet dat regels bedoeld zijn om orde te scheppen, maar soms lijkt het alsof ze juist verwarring creëren. Neem bijvoorbeeld het aanvragen van een dakkapel. Je zou denken dat het simpel is: je wilt meer licht, dus bouw je een dakkapel. Maar nee hoor. Voor je het weet moet hij door een digitale doolhof van PDF-bestanden, klikmenu’s en richtlijnen waarvan zelfs een jurist hoofdpijn krijgt. Het resultaat? Hij sluit uiteindelijk de laptop, zucht diep en denkt opnieuw: Is het nog leefbaar?
Humor als overlevingsstrategie in regelstress
Gelukkig heeft hij humor. Dat heeft hij ook nodig, want zonder een beetje zelfspot zou hij al lang in een hoekje zitten te bibberen tussen stapels papieren. Hij grapt tegen vrienden dat hij tegenwoordig een soort amateurjurist is geworden, simpelweg omdat elke dag wel een nieuwe regel voorbijkomt die hij moet interpreteren. Soms overdrijft hij voor de grap door te zeggen dat hij op elk moment expected wordt om een examen “Nederlands Regelsysteem Niveau Gevorderd” af te leggen.
De digitale overheid en zijn worsteling ermee
Hoewel Nederland steeds digitaler wordt, lijkt het voor hem alsof die digitalisering vooral betekent dat hij nieuwe inlogmethoden moet leren. DigiD, eHerkenning, MijnOverheid, en dan nog die app die elke dinsdag een update wil, hij probeert het allemaal bij te houden, maar het voelt soms alsof de systemen hem sneller controleren dan hij ze begrijpt. De kernvraag blijft resoneren: Is het nog leefbaar in een land waar een simpele aanvraag voelt alsof je een digitale hindernisbaan moet afleggen?
Hoe regels zijn vertrouwen soms aantasten
Natuurlijk, regels moeten veiligheid en duidelijkheid bieden, maar soms ondermijnen ze juist zijn vertrouwen. Vooral wanneer hij ontdekt dat een nieuwe verplichting van kracht is geworden zonder dat iemand het fatsoen had om het even duidelijk uit te leggen. Dan voelt hij zich meer een deelnemer in een bureaucratisch spelprogramma waarin niemand precies weet wat de spelregels zijn, maar iedereen wel gestraft kan worden als hij verkeerd gokt.
De kunst van leven met duizenden regels
En toch redt hij zich. Hij moppert, hij lacht, hij leest zich suf en uiteindelijk vindt hij bijna altijd zijn weg. Hij beseft dat een land zonder regels misschien onvoorspelbaar zou zijn, maar een land met té veel regels soms net zo ingewikkeld is. Op goede dagen ziet hij het als een sport. Op slechte dagen stelt hij zich voor hoe hij op een onbewoond eiland zit, zonder formulieren, zonder vergunningen, en vooral zonder de vraag of het nog leefbaar is.
Een glimlach als antwoord op de regeltjesdichtheid
Uiteindelijk concludeert hij dat het leven in Nederland nog steeds leefbaar is, maar vooral omdat hij er zelf een draai aan geeft. Humor helpt, relativering helpt en af en toe een diepe zucht helpt ook. Hij weet dat de regeltjes niet snel zullen verdwijnen, maar zolang hij erover kan lachen en zich af en toe afvraagt Is het nog leefbaar, blijft hij overeind in het grote regellabyrint dat Nederland heet.

