De zorgsector zit met de handen in het haar. Steeds meer zelfstandigen zonder personeel, oftewel zzp’ers, haken af door de toenemende druk van regels en controles.
Vooral de Belastingdienst en het risico om als schijnzelfstandige bestempeld te worden, zorgt voor onzekerheid. De vrijheid en flexibiliteit waar veel zorgverleners ooit voor kozen, lijkt steeds verder weg te glippen. Terwijl ziekenhuizen en zorginstellingen kampen met personeelstekorten, worden zzp’ers geconfronteerd met extra administratieve lasten, ingewikkelde wetgeving en strenge controles. En dat allemaal onder het mom van toezicht op schijnzelfstandigheid.
De regels worden steeds strenger voor zzp’ers in de zorg
Zzp’ers in de zorg worden de laatste jaren steeds vaker gecontroleerd door de Belastingdienst. De overheid wil schijnzelfstandigheid tegengaan, maar de aanpak lijkt vooral zelfstandigen te treffen die wél bewust voor hun status hebben gekozen. Wat begon als een manier om echte fraudeurs aan te pakken, is inmiddels een bron van frustratie geworden voor duizenden zorgverleners.
Zorginstellingen moeten tegenwoordig voldoen aan strikte regels voordat ze een zzp’er mogen inzetten. Denk aan het opstellen van modelovereenkomsten, het beperken van gezagsverhoudingen en het uitsluiten van vaste werktijden. Voor veel instellingen is dat een hoop gedoe, waardoor ze liever kiezen voor personeel in loondienst. De zzp’er is hier de dupe van.
Schijnzelfstandigen: het spookbeeld van de Belastingdienst
De term ‘schijnzelfstandige’ is de afgelopen jaren een containerbegrip geworden. De Belastingdienst gebruikt het om mensen aan te duiden die zich als zelfstandige voordoen, maar in feite werken als werknemer. In de zorgsector is dit extra ingewikkeld, omdat de aard van het werk vaak samenvalt met vaste werklocaties, duidelijke roosters en verplichte protocollen.
Zelfstandige zorgverleners voelen zich hierdoor vaak onterecht in het verdachtenbankje geplaatst. Ze leveren hun diensten bewust als zzp’er, zijn financieel onafhankelijk en regelen zelf hun opdrachten. Toch lopen ze het risico dat de Belastingdienst ze na een controle alsnog aanmerkt als schijnzelfstandige, met forse naheffingen en boetes als gevolg.
De impact van controle op het werkplezier
Voor veel zzp’ers in de zorg is de toenemende controle een aanslag op hun werkplezier. Waar ze vroeger konden focussen op het leveren van goede zorg, zijn ze nu veel tijd kwijt aan papierwerk, contracten en overleg over juridische constructies. De vrijheid waar ze ooit voor kozen – eigen baas zijn, eigen uren bepalen – wordt in rap tempo ingeperkt.
Daarnaast zorgt de dreiging van een controle ervoor dat zowel zzp’ers als opdrachtgevers onzeker worden. Dit leidt soms tot afzeggingen van opdrachten, vertragingen in de zorg en zelfs het stoppen van langdurige samenwerkingen. En dat terwijl de vraag naar zorgpersoneel groter is dan ooit.
Zzp’ers zijn essentieel voor de zorg
Ironisch genoeg is het precies deze groep zelfstandigen die het gat opvult dat door het personeelstekort ontstaat. Zzp’ers zijn flexibel, kunnen snel bijspringen en kiezen vaak bewust voor tijdelijke opdrachten in drukke periodes. Zonder hen zou de zorg op sommige plekken volledig vastlopen.
Toch lijkt het beleid meer gericht op het beperken dan het ondersteunen van deze groep. In plaats van samen te werken met zzp’ers om de kwaliteit van zorg hoog te houden, worden ze gezien als een risico voor de fiscus. En dat terwijl de meeste zelfstandige zorgverleners keurig belasting afdragen, hun administratie op orde hebben en zich professioneel gedragen.
Wat kan er beter in de aanpak van schijnzelfstandigheid?
De oplossing ligt volgens veel zzp’ers en experts niet in strengere regels, maar in duidelijke richtlijnen en eerlijke communicatie. In plaats van alles over één kam te scheren, zou de Belastingdienst beter kunnen kijken naar de intentie en werkwijze van de zzp’er. Is iemand echt zelfstandig? Dan moet die ook zo behandeld worden.
Daarnaast pleiten velen voor een modernisering van het arbeidsrecht, waarbij ruimte is voor nieuwe werkvormen. De traditionele grens tussen werknemer en zelfstandige vervaagt in de praktijk, zeker in sectoren als de zorg. Het wordt tijd dat de wetgeving dat ook erkent.
Conclusie: laat de zzp’er in de zorg zijn werk doen
Zzp’ers in de zorg zijn geen fraudeurs, maar professionals die bewust hebben gekozen voor zelfstandigheid. De huidige focus op controle en de angst voor schijnzelfstandigen zorgen voor onzekerheid en frustratie – zowel bij de zorgverleners als hun opdrachtgevers. De Belastingdienst heeft natuurlijk een taak in het handhaven van regels, maar dat mag niet ten koste gaan van mensen die keurig hun werk doen.
Wil de zorg blijven draaien, dan is het tijd voor een realistisch beleid dat zelfstandigheid niet afstraft, maar ondersteunt. Want zonder de inzet van betrokken zzp’ers komt de zorg pas echt in de knel.

