Het volle stroomnet is al jaren een heet hangijzer in Nederland en raakt inmiddels bijna iedereen.
Bedrijven die willen groeien, verduurzamen of simpelweg starten, lopen vast doordat ze geen nieuwe of zwaardere elektriciteitsaansluiting kunnen krijgen. De wachttijden lopen soms op tot jaren, met grote economische en maatschappelijke gevolgen. Daarom hebben de overheid, netbeheerders en het bedrijfsleven de koppen bij elkaar gestoken. Met een gezamenlijk plan willen zij de wachtrij voor het volle stroomnet de komende jaren fors versnellen en ondernemers weer perspectief geven.
Vol stroomnet remt groei en verduurzaming
Netcongestie, zoals het volle stroomnet officieel heet, zorgt ervoor dat plannen noodgedwongen worden uitgesteld of zelfs helemaal worden geschrapt. Ondernemers die willen uitbreiden, een nieuwe locatie openen of investeren in duurzame technieken zoals elektrificatie of batterijen, lopen tegen een muur aan. Ook maatschappelijke organisaties en woningbouwprojecten ondervinden steeds vaker hinder. Volgens betrokken partijen is niets doen geen optie meer, omdat het probleem direct raakt aan het verdienvermogen van Nederland en de energietransitie vertraagt.
Overheid en bedrijfsleven slaan handen ineen
Minister Sophie Hermans benadrukt dat ondernemers niet kunnen wachten tot het stroomnet overal is uitgebreid. Netverzwaring kost nu eenmaal veel tijd. Daarom kiest de overheid samen met netbeheerders en het bedrijfsleven voor een pragmatische aanpak die op korte termijn effect kan hebben. Door slimmer gebruik te maken van het bestaande stroomnet ontstaat er ruimte voor bedrijven die nu nog op de wachtlijst staan. Het doel is duidelijk: zo veel mogelijk aansluitingen versneld realiseren, zonder de betrouwbaarheid van het net in gevaar te brengen.
Acht acties om de wachtrij te verkorten
De kern van het plan bestaat uit acht concrete acties die samen de potentie hebben om een groot deel van de huidige wachtrij binnen twee jaar weg te werken. De effecten verschillen wel per regio. In gebieden zoals de Flevopolder, Gelderland en Utrecht is de ruimte beperkt doordat fysieke knelpunten eerst moeten worden opgelost. Toch biedt de aanpak ook daar perspectief op termijn.
De acties zijn vooral gericht op flexibiliteit. Door stroomverbruik te verplaatsen naar momenten buiten de piekuren ontstaat er ruimte op het net. Dat vraagt iets van bedrijven, maar levert ook voordelen op.
Slimmer omgaan met piekbelasting
Een belangrijk onderdeel van de afspraken is dat het aantrekkelijker wordt voor bedrijven en organisaties om hun stroomverbruik aan te passen. Denk aan productieprocessen die deels ’s nachts draaien of juist overdag worden afgeremd. Netbeheerders krijgen extra financiële ruimte om hierover afspraken te maken. Bedrijven die capaciteit vrijmaken, worden hiervoor gecompenseerd. Het streven is om de komende twee jaar veel meer van dit soort contracten af te sluiten, zodat partijen op de wachtlijst sneller aan de beurt komen.
Regionale tenders voor extra netruimte
Naast individuele afspraken starten er dit jaar minimaal vier regionale tenders. In deze tenders kunnen meerdere partijen een bod doen om ruimte op het stroomnet vrij te maken. Dat kunnen energieproducenten zijn, maar ook fabrieken, batterijopslag of bedrijven die hun stroomgebruik flexibel kunnen inzetten. Hoe lager de kosten en hoe groter de bijdrage aan netontlasting, hoe groter de kans dat een partij wordt geselecteerd. Deze aanpak stimuleert concurrentie en zorgt voor efficiënte oplossingen per regio.
Top 50 aanpak voor grootverbruikers
Een opvallend onderdeel van het plan is de zogeheten Top 50 aanpak. Hierbij richten overheid, netbeheerders en het bedrijfsleven zich op de vijftig grootste stroomgebruikers met veel potentieel om het net te ontlasten. In het komende half jaar worden met deze partijen intensieve gesprekken gevoerd. Eerdere voorbeelden laten zien dat één succesvolle afspraak soms ruimte kan creëren voor tientallen bedrijven op de wachtlijst. Juist daarom wordt hier stevig op ingezet.
Kritisch kijken naar reserve ruimte
Ook de zogenoemde reserve ruimte op het stroomnet wordt onder de loep genomen. Deze capaciteit is bedoeld voor zeer uitzonderlijke situaties, zoals extreem koude dagen of onverwachte pieken in de toekomst. De overheid en netbeheerders onderzoeken hoe deze reserve slimmer kan worden ingezet, zonder risico’s te nemen. Dit wordt gecombineerd met afspraken met partijen die op extreme momenten tijdelijk kunnen afschakelen, zodat de leveringszekerheid behouden blijft.
Samenwerking als sleutel tot succes
De aanpak is tot stand gekomen in nauwe samenwerking tussen de overheid, netbeheerders, toezichthouder ACM en het bedrijfsleven, waaronder VNO-NCW, MKB-Nederland en de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie. Samen hebben zij gekeken hoe het stroomnet flexibeler kan worden gebruikt. Door de rustige momenten beter te benutten, kunnen bedrijven én nieuwe woningen sneller worden aangesloten. Dit staat los van de grootschalige uitbreidingen van het net, die al in gang zijn gezet maar simpelweg tijd kosten.
Vooruitkijken met realistisch optimisme
Het gezamenlijke plan lost het probleem van netcongestie niet in één klap op, maar zet wel een grote stap vooruit. Door slimme afspraken, financiële prikkels en regionale samenwerking ontstaat er ruimte waar die eerder onbereikbaar leek. Ondernemers krijgen weer perspectief en Nederland kan blijven investeren in groei en verduurzaming. Als de afspraken goed worden uitgevoerd, kan dit plan het verschil maken voor duizenden bedrijven die nu nog vaststaan in de wachtrij.

