De geur van suikerspinnen, het geschreeuw uit de botsauto’s en het vrolijke gerinkel van de grijpautomaten: de kermis was ooit een plek van onschuldige lol en nostalgie.
Maar tegenwoordig? De sfeer is om te snijden, het publiek lijkt rechtstreeks van een bokswedstrijd te komen, en je moet bijna door bewakingspoortjes alsof je naar een concert van Metallica gaat. Wat is er in hemelsnaam gebeurd met de goede oude kermispret?
De opmars van bewakingspoortjes en bodyguards
Je zou denken dat je naar een VIP-event gaat als je de moderne kermis betreedt. Geen kaartje, maar wél een fouillering. Meneer wil alleen even een oliebol halen, maar wordt bijna op wapens gecontroleerd. Die bewakingspoortjes zijn inmiddels niet meer weg te denken. En dat is niet omdat de botsauto’s ineens gevaarlijker zijn geworden – al kun je daar ook over twisten.
De poortjes zijn er omdat de sfeer op veel kermissen flink is veranderd. Grote groepen jongeren trekken eropuit met meer testosteron dan geld in hun zak. Er zijn nauwelijks attracties waar je je mobiel niet op het spel zet, laat staan je humeur. En dus probeert men met detectiepoorten, camera’s en beveiligers in fluorescerende hesjes het feest in toom te houden.
Vechtpartijen in plaats van suikerspinnen
Een kleine ruzie bij de schiettent? Dat was vroeger een zeldzaamheid. Nu lijken vechtpartijen bijna vast onderdeel van het programma. Het begint vaak onschuldig: iemand kijkt net iets te lang naar iemands vriendin of tikt per ongeluk een energiedrankje omver. En voor je het weet, staan er zes man tegenover elkaar alsof het de finale van een MMA-toernooi is.
Er wordt dan ook flink geïnvesteerd in extra beveiliging. Niet voor de lol, maar uit pure noodzaak. De kermis is voor veel organisatoren een risico geworden in plaats van een feest. En dat merken bezoekers. De sfeer is grimmig, en de lol wordt vaak al bij de entree de kop ingedrukt – door, jawel, die bewakingspoortjes en het algehele gevoel van wantrouwen.
Minder attracties, meer gedoe
De kermis lijkt zich tegenwoordig vooral bezig te houden met handhaving in plaats van vermaak. Veel kleinere exploitanten haken af: de kosten, de regels en de risico’s zijn te groot geworden. Wat overblijft, zijn de standaard attracties die je op elke kermis tegenkomt. Origineel is het allang niet meer.
Voor de bezoeker betekent dit: minder lol, hogere prijzen en een grotere kans dat je ruzie krijgt omdat je net voor iemand anders een portie churros hebt besteld. Zelfs het grijpen naar die knuffelbeer is nu een spannende onderneming – niet vanwege het apparaat, maar vanwege de buurjongen met het getatoeëerde gezicht die ook op dat beest aast.
Het nostalgische gevoel is zoek
Waar is de magie gebleven? De man die als kind over de kermis zwierf met een zuurstok in zijn hand, voelt zich nu meer als een bewoner van een lowbudgetversie van de Hunger Games. Alles is schreeuweriger, harder en… minder leuk.
Zelfs de muziek lijkt agressiever geworden. Vroeger hoorde je vrolijke deuntjes uit de draaimolen; nu lijkt het alsof iedere attractie een dj-set draait met beats waar je trommelvliezen spontaan van imploderen. Het enige wat nog ouderwets is, is de prijs van een plastic eendje – belachelijk hoog voor een kans van 1 op 50.
Is er nog hoop voor de kermis?
Gelukkig is niet elke kermis volledig naar de knoppen. In kleinere dorpen waar het publiek elkaar nog groet en ‘sorry’ zegt als ze tegen je aanlopen, heerst vaak nog die ouderwetse gezelligheid. Daar zijn de bewakingspoortjes vervangen door de blik van de lokale agent en zijn vechtpartijen hoogstens een misverstand over wie er vooraan in de rij stond.
Wat we nodig hebben, is een heruitvinding van de kermis: terug naar kleinschalig, menselijk en écht leuk. Minder nadruk op beveiliging en meer op vermaak. Misschien zelfs met een fatsoenlijke wc en een zitplek waar je niet per ongeluk in een plas bier of erger belandt.
Tot slot: geef de kermis zijn charme terug
De man met heimwee naar de kermis van vroeger hoopt op een wedergeboorte van het feest der eenvoud. Een plek waar je je kinderen weer zonder zorgen laat spelen en waar je zelf nog eens een suikerspin eet zonder continu over je schouder te kijken. De bewakingspoortjes mogen blijven – als ze het gevoel van veiligheid echt vergroten – maar laat de lol alsjeblieft ook weer door dat poortje naar binnen glippen.
Want een kermis zonder plezier is als een botsauto zonder stroom: lawaaierig, nutteloos en vooral frustrerend.

